Veel spellen worden met een bal gespeeld. Deze spellen zorgen voor plezier, maar kunnen ook angst veroorzaken. Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van angst voor de bal zijn een minder goed coördinatie, te weinig ervaring of negatieve ervaringen met balspellen uit het verleden. 

Minder balvaardige kinderen worden geconfronteerd met een situatie waarin zij zich angstig kunnen voelen. Aansluiten bij het niveau van het kind is belangrijk. 

Niveaus en vaardigheden 

Niveau -I: Speelt met een rollende bal.
Niveau 0: Durft een aangegooide ballon weg te slaan. Het type ballon is van groot belang (eenvoudig = groot, hard en rond, moeilijk = klein, slap en peervormig).
Niveau I: Durft een aangegooide zachte bal weg te slaan.
Niveau II: Durft een grote, zachte bal te vangen, zonder met de ogen te knipperen of het hoofd weg te draaien.
Niveau III: Durft een grote, harde bal te vangen, zonder met de ogen te knipperen of het hoofd weg te draaien.
Niveau IV: Durft een zachte, grote bal in een balspel met klasgenoten te vangen.
Niveau V: Durft een hard gegooide zachte, grote bal af te weren bij een trefbalspel.
Niveau VI: Durft hard gegooide ballen tegen te houden.
Niveau VII: Durft een hard gegooide softbal te vangen (in een handschoen).

Bij niveaus I t/m VII spelen het soort bal, de snelheid van de bal en de afstand tot de werper een belangrijke rol bij de beoordeling.

Heeft u het antwoord gevonden?