Op veel scholen wordt aandacht besteed aan het 'over de kop gaan', bijvoorbeeld met een koprol. Met name de emotionele factor en het oriëntatieverlies bij het over de kop gaan spelen bij deze vaardigheid een belangrijke rol. 

Bij rollen zijn verschillende vormen te onderscheiden:

  • Boomstamrollen (om de lengte-as);
  • Rollen als een balletje;
  • Rollen voorover (koprol, zweefrol, salto);
  • Rollen achterover (rollen, stut, salto achterover);
  • Afrollen/judorol.

Voorbeeld van een zaalopstelling voor roloefeningen:

Voorbeeld van een rol vanuit knienzit op een kast:

Niveaus en vaardigheden 

Niveau -I: Durft om de lengte-as te rollen.
Niveau 0: Durft een koprol met hulp te maken op een dikke mat.
Niveau I: Durft een koprol zonder hulp te maken op een dikke mat.
Niveau II: Durft een koprol te maken op een schuine dikke mat.
Niveau III: Durft een koprol te maken op een matje.
Niveau IV: Durft een koprol te maken op een dikke mat (30 cm) met afzet van de grond.
Niveau V: Durft een koprol te maken op een door banken verhoogde dikke mat (60 cm) met afzet op een springplank.
Niveau VI: Durft een tipsalto te maken op een dikke mat op banken met behulp van een springplank.
Niveau VII: Durft een salto te maken met twee helpers.


Heeft u het antwoord gevonden?