Op school en in de gymzaal spelen kinderen naast en met andere kinderen. Angst voor andere kinderen komt regelmatig voor. De beschreven observatie punten in deze uitleg zijn een globale omschrijving van wat zou kunnen voorkomen. Gebruik bij het observeren van deze vorm van angst jouw eigen indrukken. De angst van een kind kan zich anders uiten dan de beschrijving aangeeft.

Confronterende situaties zijn:

  • wachtrijen;
  • drukke plekken;
  • stoeispelen;
  • contactspelen;
  • te weinig steun of vertrouwen van klasgenoten en begeleider.

Niveaus en vaardigheden 

Niveau -I: Durft bewegingssituaties in te gaan, waar andere kinderen spelen en waar een ouder of vertrouwd persoon toezicht houdt.
Niveau 0: Durft naast of met andere kinderen te spelen waar een ouder of vertrouwd persoon toezicht houdt.
Niveau I: Durft naast of met andere kinderen te spelen met de leerkracht in de buurt.
Niveau II: Durft mee te spelen in een tikspel met een klein groepje kinderen, waarin een veilig gebied kan worden opgezocht.
Niveau III: Durft zelf de tikker te zijn en risico's te nemen in een tikspel.
Niveau IV: Speelt actief mee op plaatsen waar de leerkracht op meer afstand is (bijv. het schoolplein).
Niveau V: Neemt initiatief in spel- en bewegingssituaties in een kleine groep. Durft te stoeien met wisselende klasgenoten.
Niveau VI: Kan zich staande houden en voor zichzelf opkomen in een sociaal moeilijke situatie zoals in een overlegsituatie met andere kinderen.
Niveau VII: Neemt soms de leiding en durft andere kinderen te corrigeren. Vertrouwt op eigen oordeel. 

Bij Niveaus -I t/m VI spelen het aantal kinderen, grootte van de ruimte, gedrag van andere kinderen, bekendheid met de situatie en het pedagogisch klimaat een rol. Bij Niveau VII kan een kind in een gestructureerde situatie een spelleider of scheidsrechter zijn. 

Heeft u het antwoord gevonden?