Kinderen komen klim- en klautersituaties regelmatig tegen. Op schoolpleinen en in gymlessen is het een veel aangeboden bewegingssituatie. Angst voor hoogte komen kinderen zowel in de les als buiten de les tegen, bijvoorbeeld in het klimraam, klimwanden, ladders en touwen en in klimmen in bomen en toestellen op het schoolplein. 

Niveaus en vaardigheden 

Hieronder worden de stappen beschreven die de meeste kinderen nemen als het gaat om het overwinnen van hoogtes.
Niveau -I:
Gaat de trap op zonder hulp. Het type trap is een sterk bepalende factor (glad, steil, open e.d.);
Niveau 0: Gaat de trap zonder de handen op de trap te zetten of gaat het klimraam in. De drukte in de situatie speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van de oefening.
Niveau I: Beklimt de berg tot bovenaan in het speellokaal (lagere berg). Haak de banken op ongeveer 2 meter hoogte in (zie afbeelding). 

Niveau II: Beklimt het klimraam tot bovenaan en gaat vlot naar beneden. Het type klimraam is van belang. De afstand tussen de sporten spelen hierbij een rol.
Niveau III: Klimt tot bovenaan in de berg in de gymzaal (hogere berg) (zie afbeelding). 

Niveau IV: Klimt vlot tot bovenaan in de berg in de gymzaal. Bij vlot klimmen mag het gebrek aan kracht niet de beperkende factor zijn. Het gaat om een inschatting van de hoeveelheid angst.
Niveau V: Klimt vlot tot bovenaan in een schuin klimraam.
Niveau VI: Klimt vlot tot bovenaan in een recht klimraam.
Niveau VII: Gaat het zwengelraam tot 6e sport in of maakt een rondje om het klimraam ter hoogte van de 6e sport. 

Heeft u het antwoord gevonden?