Algemeen

Staan op één been is geen uitdagende beweging of houding, maar wel een uitstekende, en veel gebruikte test voor het statisch evenwicht. Hiermee wordt eventueel onderscheid in de vaardigheid van het linker- en rechterbeen zichtbaar. 

De test wordt afgenomen op blote voeten! De test heeft nog meer waarde als deze op blote voeten en op schoenen wordt afgenomen. Het effect van de schoenen (steun of last) wordt duidelijk.

Om kinderen uit te dagen, zo lang mogelijk op één been te gaan staan:

  • wordt hen gevraagd om op een blok te gaan staan;
  • telt de afnemer van de test gedurende de tijd dat het kind op één been staat;
  • kan de beeldspraak gebruikt worden van een "ooievaar".

Let op: veel geluid en veel kinderen dicht in de buurt hebben een negatieve invloed op deze vaardigheid. Bij twijfel kun je de test prima in het (lege) klaslokaal observeren.

Met onderstaande opstelling kunnen de niveaus voor 'over drempel stappen' allemaal worden uitgevoerd.

Niveau -I (2 jaar)

Situatie

Zet voor het voorkeursbeen een drempel neer van 4 cm hoog en 10 cm diep. Voor en achter de drempel ligt een deurmat. De matten moeten tegen het blok aan liggen (10 cm). Zorg voor het niet-voorkeursbeen voor een 'slootje' van 10 cm tussen twee matten.

Instructie

Voorkeursbeen: Je staat op de mat, voor het blok. Stap over het blok en sta stil ("1, 2"). Indien nodig met de toevoeging: ... zonder het blok aan te raken.

Een handige situatie voor testen van het niet-voorkeursbeen is de combi-situatie: sta op de mat en stap over het blok en zet één voet op het kleine eilandje en stap over de sloot en sta stil ("1, 2").

Criteria

De poging is geslaagd indien het kind erin slaagt om:

  • over de drempel te stappen, zonder het blok aan te raken;
  • en in twee stappen stil te staan.

Let op: het been waarmee het kind over het blok stapt, is niet het steunbeen/het been dat de taak uitvoert. 

Voer de score in voor het been waarop het lukt. Voer ook in als het met beide benen lukt.

Niveau 0 (3 jaar)

Situatie

Zet twee drempels neer: één drempel van 14 cm hoog en 10 cm diep en één drempel van 10 cm hoog en 4 cm diep.

Als kinderen de neiging hebben om hun been langs de blokken te halen in plaats van er overheen, kunnen 2 pylonen worden neergezet of de drempel verbreden tot 3 of 4 blokken.

Instructie

Je staat op de mat, voor de drempel. Stap over de drempel en sta stil op de mat (in twee stappen "1, 2"). 

Criteria

De poging is geslaagd indien het kind erin slaagt om:

  • over de drempel te stappen, zonder het blok aan te raken;
  • en in twee stappen stil te staan.

Let op: het been waarmee het kind over het blok stapt, is niet het steunbeen/het been dat de taak uitvoert. 

Voer de score in voor het been waarop het lukt. Voer ook in als het met beide benen lukt. Zet eventueel een stip op één van de voeten om het kind te vragen: stap (eerst) met de voet met de stip over de blokken. En nu met de voet zonder stip.

Niveau I (4 jaar)

Situatie

Zet voor het niet-voorkeursbeen een drempel neer van 20 cm hoog. Zet voor het voorkeursbeen twee blokken plat op een deurmat zodat het blok stabiel ligt en niet kan verschuiven. 

Instructie

Niet-voorkeursbeen: Je staat op de mat, voor de drempel. Stap over de drempel en sta stil (in twee stappen "1, 2").

Voorkeursbeen: Begin met twee voeten op twee blokken. Til één voet op en probeer zo lang als je kunt op het blok te blijven staan.
Als het kind klemt: Hoe lang kun je dit, zonder je andere been aan te raken? Ondersteun eventueel door te tellen te stoppen als er een 'fout' wordt gemaakt.
Let op: het kind plaatst elke voet in het midden van het blok. 

Criteria

Noteer het hoogste aantal seconden dat een kind op het blok blijft staat, zonder dat:

  • het opgetilde been tegen het andere been aan klemt;
  • het opgetilde been de andere voet, het blok of de grond raakt;
  • het blok of voet verschuift.

Niveau II t/m VII (5 t/m 10 jaar)

Situatie

Zet twee blokken plat op een deurmat zodat het blok stabiel ligt en niet kan verschuiven. Voer de test uit op blote voeten.

Instructie

Begin met twee voeten op twee blokken. Til één voet op en probeer zo lang als je kunt op het blok te blijven staan.
Als het kind klemt: Hoe lang kun je dit, zonder je andere been aan te raken?
Ondersteun eventueel door te tellen te stoppen als er een 'fout' wordt gemaakt. 

Criteria

Noteer het hoogste aantal seconden dat een kind op het blok blijft staat, zonder dat:

  • het opgetilde been tegen het andere been aan klemt;
  • het opgetilde been de andere voet, het blok of de grond raakt;
  • het blok of voet verschuift.

Niveau VIII t/m IX (11 en 12 jaar)

Situatie

Zet twee blokken plat op een deurmat zodat het blok stabiel ligt en niet kan verschuiven. Voer de test uit op blote voeten.

Instructie

Zet het masker op en begin met twee voeten op twee blokken. Til één voet op en probeer zo lang als je kunt op het blok te blijven staan. Als het kind klemt: Hoe lang kun je dit, zonder je andere been aan te raken?
Ondersteun eventueel door te tellen te stoppen als er een 'fout' wordt gemaakt. 

Criteria

Noteer het hoogste aantal seconden dat een kind op het blok blijft staat, zonder dat:

  • het opgetilde been tegen het andere been aan klemt;
  • het opgetilde been de andere voet, het blok of de grond raakt;
  • het blok of voet verschuift.
Heeft u het antwoord gevonden?