Algemeen

Kinderen zullen zelden spontaan gaan hinkelen. Hinkelen is zwaar (springen op één been). Alleen als kinderen uitgedaagd worden, zullen ze hinkelen. Denk met name aan hinkelbanen. Hinkelen geeft echter veel informatie over de spring- en loopvaardigheid. Een kind dat moeizaam hinkelt, zal moeite hebben met rennen en springen of anders geformuleerd met snelheid en wendbaarheid bij voortbeweging (loco-motie).

Bij het hinkelen is het de bedoeling dat er ‘kaatsend’ wordt gesprongen. 'Kaatsend' wordt ook wel 'door springend' genoemd (een kort, licht grondcontact). Als een kind niet kaatst, lijkt het alsof er een rustmoment in de sprong zit. Het ziet er zwaar en moeizaam uit. 

Een (groot) verschil tussen linker- en rechterbeen komt regelmatig voor en is een indicatie voor een asymmetrische ontwikkeling en een opvallende looppas. Dit is soms de reden waarom er nog niet gehuppeld kan worden.

Niveau -I en 0 (2 en 3 jaar)

Situatie

Zet de volgende materialen klaar, naast elkaar:

  • 1 mat (6 cm hoog);
  • 2 matten (12 cm hoog);
  • 3 matten (18 cm hoog);
  • 4 matten (24 cm hoog).

Leg een deurmat voor elke mat.

Instructie

Kun je van de mat stappen en op de deurmat ("1, 2") stilstaan?

Criteria

De poging is geslaagd indien het kind erin slaagt om in twee stappen op de deurmat stil te staan. 

Let op: de score telt van het been dat stapt. Dit been doet het 'zware' werk.

Niveau I t/m III (4 t/m 6 jaar)

Situatie

Voer de test uit in een lege ruimte (zaal, lokaal). Blote voeten heeft de voorkeur, tenzij de ondergrond dat onprettig maakt.

Instructie

Probeer zo vaak als je kunt te hinkelen! En op je andere been?

Criteria

De poging is geslaagd indien het kind slaagt om kaatsend te springen/hinkelen. Er hoeft niet in rechte lijn gehinkeld te worden. Voer het hoogste aantal hinkels in.

Niveau III t/m IX (6 t/m 12 jaar)

Situatie

Zet een baan uit van 9 meter. Markeer het einde door middel van lijnen en/of pylonen. Blote voeten heeft de voorkeur, tenzij de ondergrond dat onprettig maakt. In de meeste zalen vormen de lijnen van een volleybalveld de buitenlijnen. De breedte is 9 meter en van achterlijn naar middenlijn is ook 9 meter.

Instructie

Probeer in zo weinig mogelijk hinkels naar de overkant te hinkelen. En op je andere been?

Let op:

  • start op één been en niet met een stap in het veld. Een voorbeeld werkt het beste;
  • zorg voor 15 seconden rust tussen de pogingen op hetzelfde been;
  • dat er ook echt wordt gewisseld van benen als dat wordt gevraagd;
  • als het kind de afstand niet haalt zonder te struikelen, dan kan de instructie, probeer de hinkels iets kleiner te maken, zodat je het in één keer haalt zinvol zijn.

Criteria

Het aantal voetcontacten (hinkels) binnen de lijnen wordt geteld. De laatste hinkel op de lijn, telt mee. Over de lijn telt niet mee.

De poging is geslaagd indien het kind slaagt om kaatsend te springen/hinkelen. Er hoeft niet in rechte lijn gehinkeld te worden. Voer het laagste aantal hinkels in. 

Heeft u het antwoord gevonden?